Tussen Singelgracht en Weteringschans verrees aan het einde van de negentiende eeuw een reeks van zes villa’s. Twee daarvan werden in de jaren zeventig vervangen door kantoren van dezelfde proporties. Het was een nieuwbouwproject dat veel los maakte bij de Amsterdammers. Al snel kregen de kantoren de bijnamen Peper en Zout en samen luidden zij het begin van de ‘nieuwe lelijkheid’ in. Architect Frans van Gool kreeg het zwaar te verduren. Rond 1979 was het project, dat toen in aanbouw was, een geliefd onderwerp voor columnisten in weekbladen en kranten. Vooral Gerrit Komrij wist de boel op de spits te drijven en verzamelde een groep van twaalfhonderd mensen in Paradiso om te protesteren tegen het project.
De opgave waar Van Gool voor stond is een klassieke opgave in de architectuur. Al tijden breken architecten zich het hoofd over hoe zich te verhouden tot de bestaande stad. Deze vraag staat ook centraal in deze afstudeeropgave: hoe te bouwen in de moderne historische stad? Met het ontwerpen van een kleinschalig hotel op de lege kavel tussen Weteringschans nummer 8 en nummer 10 wordt een vergelijkbare opgave als die van Frans van Gool aangegaan. Het is een nieuwe stap in de reeks met de vier villa’s uit de negentiende eeuw en de kantoren Peper en Zout uit de jaren tachtig.
Place of education: TU Eindhoven
Specialization: Architectuur & Urban Cultures
Tutors: Bernard Colenbrander, Pieter van Wesemael, Christian Rapp
